Surname Genealogy Pages

(Levens)Verhalen

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 147 148 149 150 151 152 153 154 155 ... 168» Volgende»     » Dia voorstelling

Stad Haarlem 1939 zoals verteld door Leendert Don



In Mei 1940 waren we op de terugreis van Zuid Amerika naar Holland toen we op tien Mei via de radio hoorde dat Nederland in oorlog met Duitsland was. Je kan wel begrijpen wat dat voor ons betekende, of dan wel voor die mannen die getrouwd waren. Als jongen van 15 jaar had je niet hetzelfde gevoel als die mensen die gezinnen hadden in Holland. Enfin we waren allemaal in hetzelfde schuitje zou je kunnen zeggen en wisten op dat moment niet wat er met ons zou gebeuren. Dat duurde echter niet lang want kort daarna werden we aangehouden, kan de volgende dag geweest zijn of later weet ik precies niet, door een Frans oorlogsschip We wisten dat eerst niet want het schip dat het bevel gaf om te stoppen had meer weg van een Duits schip en dat konden we zien als was het ook een eind van ons vandaan. Het bleek later dat het een Deens schip was geweest en door de Fransen in beslag was genomen en die hadden er een z.g. hulp kruiser van gemaakt. We waren pas gerust gesteld toen de sloep van dat schip langszij kwam en toen zagen we aan de mutsen dat het Fransen waren. De tweede stuurman sprak vloeiend Frans en dat maakte alles veel gemakkelijker. Nadat we alle informatie hadden gegeven kregen we opdracht om naar Dakar te stomen.

Toen we daar aankwamen gingen we ten anker en wachten op further orders en zover als we wisten stonden onder bevel van de Franse Marine. Ik dacht dat we wel een week ten anker hebben gelegen en toen kregen we orders om naar Casablanca te stomen. Inmiddels was het schip een beetje gecamoufleerd en had men de witte verf van de brug enz. een beetje verscholen onder een soort bruine verf dat normaal gebruikt werd om te masten en zo te verven. In Casablanca kregen we gelukkig toestemming om aan de wal te gaan, nee Humphrey Bogart was er toen nog niet, en dat was voor ons heel wat want het was een lange tijd geleden dat we aan de wal geweest waren.

Toen kregen we orders om van Casablanca naar Bordeaux te stomen maar ditmaal in konvooi. Een klein konvooi, maar vier schepen, maar we hadden dus een gewapende trawler bij ons en hoewel dat niet veel was het was beter dan niets. De reis van Casablanca naar Bordeaux was zonder grote avonturen behalve een drijvende mijn waar een Hollandse Coaster, die ook in het konvooi zat, bijna in aanraking mee kwam. Gelukkig werd deze bijtijds gezien en even later werd hij door de trawler tot zinken gebracht.
De bestemming was Bordeaux en de Fransen dachten daar dan de lading graan te lossen. Zover
is het nooit gekomen want toen we bij Le Verdon aankwamen, de mond van de Gironde, was het al veel te laat. De Duitsers stonden toen al "voor de deur" en kon Bordeaux ieder ogenblik bezet worden.. Gedurende die dag dat we ten anker lagen vlogen Duitse vliegtuigen over de schepen die ten anker lagen. Ook zagen verder we op Duitse vliegtuigen die bezig waren een opslagplaats bij de haven te bombarderen, en zo gaf de kapitein het bevel dat als wij ook aangevallen werden iedereen onmiddellijk de tunnel in moest. Nou op een gegeven ogenblik was het zo ver, dat we dachten dat we aangevallen werden, er was een stroom van mensen, stokers en matrozen, die langs de kombuis kwamen om zo vlug mogelijk in de machinekamer te komen en dan die tunnel in.
Ik was er niet bij want ondanks dat ik pas 15 jaar oud was dacht ik als er een bom valt op die machinekamer dan is het Sayonara voor allen die in die tunnel zitten.
Zo ik ben gewoon even aan dek gaan staan om te kijken wat er allemaal ging gebeuren. Ja je zal zeggen hij wist niet beter en dat is ook zo. Enfin dat vliegtuig kwam zeker maar even kijken en liet gelukkig geen bommen vallen.

Later in de dag kwam er een kruiser binnen van de Royal Navy en kort daarna kwamen een paar officieren van dat schip met een motorboot langszij om orders over te brengen. Die orders waren
dat we zo vlug mogelijk anker op moesten en richting Engeland stomen, maar we moesten zoveel
vluchtelingen meenemen als mogelijk was. Nou dat konden er niet veel zijn want wij hadden beperkt proviand en drinkwater aan boord. Dat gaf de kapitein ook door maar hen werd verteld "do the best you can captain." S'avonds kwamen de vluchtelingen met een tender, of ferry langszij en ondanks dat het bekend gemaakt werd dat we maar een aantal mee konden, bleven ze komen. Vonden vlug uit waarom ze allemaal weg wilde want die tender was onderweg van de kade door Duitse vliegtuigen aangevallen en met mitrailleur vuur bestookt. Zo toen hebben we ze allen aan boord genomen en dat waren er ongeveer 300.

Achteraf bleek het dat het allemaal geen vluchtelingen waren want er was ook een detachement Engelse soldaten bij die groep. Ja, ik weet wat je ga zeggen ze vluchtten ook maar in een zekere zin
waren het geen vluchtelingen. Verder was het een mix van Engelse en Fransen en een hoge Piet van
Bata. Ook was er een groepje nonnen en boord en twee meisjes die hadden niets want die waren zo weggelopen van het atelier waar ze werkte.
Ja waar moest je al die mensen ten onder brengen? Luik 1 zat vol met graan, andere luiken ook, maar
luik 1 was meer geschikt omdat men maar een korte ladder af moest om zo de zakken graan te bereiken die boven op het losse graan lagen. Ja, ook de nonnen werden naar luik 1 verwezen en de
rest slaapte zo hier en daar en aan heel oude mensen werd een hut afgestaan en dat had de kok en ik ook gedaan. Zo waar sliepen wij? Met de nonnen in luik 1. Dus als je aan mij vraagt "hebbie welles" met een non geslapen dan moet het antwoord zijn! Enfin je begrijpt het wel. Slaap kregen we natuurlijk niet veel omdat het niet erg aangenaam is om op zakken graan je hoofd neer te leggen. Ja, voor de rest van de vluchtelingen was het ook niet prettig maar het was beter als onder de voet van de Duitsers te zijn. Er waren ook nog andere Nederlandse schepen die in Le Verdon waren en die hebben ook heel wat vluchtelingen meegenomen. De "Nigerstroom", van de Hollandse Stoomboot Maatschappij, nam zo'n 800 mensen aan boord en is ook veilig in Falmouth aangekomen. Dat schip kwam aan in Falmouth op 22 Juni, 1940. Ik weet niet precies de datum van aankomst in Falmouth van de "Stad Haarlem maar de volgende haven was Liverpool en wij kwamen daar aan op 26 Juni, 1940.

Andere schepen waren niet zo fortuinlijk want ieder schip was alleen en zo zijn er verschillende schepen met vluchtelingen aan boord getorpedeerd door U-boten. Toen de "Stad Haarlem" de Golf van Biskaje had bereikt was het vliegend slecht weer en dat kwam ons ten goede want dan hadden die U-boten ook minder kans om ons aan te vallen. Het was niet zo leuk voor onze "passagiers" die in luik 1 waren ondergebracht want er kwamen tonnen water over de bak en dan ook natuurlijk dat luik wat beneden lag in die kuil onder de bak. Maar ja daar zijn we ook goed doorheen gekomen en we hebben ze allemaal veilig binnen gebracht in Falmouth. Daar gingen ze aan boord van een tender en helaas hebben we ze nooit meer terug gezien..
Had leuk geweest als je jaren later nog zo even iemand tegen kwam die in Juni, 1940 bij ons
aan boord kwam in Le Verdon en je de vraag stelde, "do you remember me."
Ach ja het was een droom.


In Liverpool werd eindelijk begonnen met de lading te lossen want die zat onderhand al een lange tijd in de luiken. Heeft wel een lange tijd geduurd want we vertrokken pas uit Liverpool op 19 Juli voor Cardiff waar we kolen hebben geladen bestemd voor Buenos Aires.
Maar eerst nog even naar Milford Haven omdat daar het konvooi gevormd werd.
Moet eerst even zeggen dat Groot Brittania niet gereed was voor zo'n Armada van schepen die zich bij de geallieerde vloot had ingedeeld Nederlandse, Noorse, Franse en Belgische schepen kwamen aan in de havens van Groot Brittania totaal ongeschikt om in konvooi te varen. Bewaping was er niet en wij hadden in het begin geloof ik twee Lewis machineguns die uit W.O.1 overgebleven waren. Ook waren er niet genoeg escort schepen om het konvooi te beschermen. En bovendien waren wij niet gereed om konvooi te varen want zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. Maar het heeft niet lang geduurd want nog die zelfde reis zouden we de ervaring genoeg krijgen.

We vertrokken uit Milford Haven op 29 Juli,1940 en we kwamen pas aan in Buenos Aires op 31 Augustus. Kan je nagaan dat niet alleen was de "Stad Haarlem" een very slow steamermaar het konvooi ging ook met een slakkengangetje Het Konvooi was tamelijk groot maar men kon niet het zelfde zeggen voor de escort want die was minimaal. We waren geloof ik een paar dagen uit, prachtig weer, en ik stond met de kok samen een praatje te maken, zo om een uur of twaalf s'middags, toen plotseling het schip aan bakboord van ons zomaar in tweeën brak. Ik zeg zo onnozel tegen de kok wat is er met dat schip aan de hand? Was nog niet eens goed tot ons doorgedrongen dat het schip door een torpedo getroffen was.

Welcome to the war at sea!

Wat er gebeurde op die middag, het torpederen van een Engelsman op klaarlichte dag, was een soort waarschuwing of wat ons de wachten stond als de zon onder ging. Inderdaad die nacht werden er verscheidene schepen getorpedeerd en ook een tanker die vlak voor ons in het konvooi zat. We moesten zelfs hard naar stuurboord om die tanker, die intussen in brand stond te vermijden. Midden in de nacht was er ook opeens een gebrul van de brug, all hands aan dek, en het bleek dat de kapitein een U-boot aan de oppervlakte had gezien aan bakboord en nog geprobeerd deze te rammen . Maar voor dat hij het bevel gaf "hard bakboard" was die U-boot al verdwenen. Waren veel sneller, aan de oppervlakte, dan die schepen in dat konvooi en dat wisten ze ook. Het was ook de gewoonte dat ze een schip, of een paar schepen torpedeerden in het midden van het konvooi, en dan volle kracht door het konvooi stoomde om dat later weer op te wachten. En door het gebrek aan escort schepen konden ze dat gemakkelijk doen. Inmiddels stonden wij allemaal aan dek, midscheeps, met zwemvest aan afwachten wat er zou gebeuren. Van slapen kwam er die nacht niet veel en we waren opgelucht

toen de zon op kwam en alles weer zo'n beetje normaal was.

Voor degene die in de machinekamer werkzaam waren, of in het stookgat was het dubbele ellende
want die konden niet naar boven komen als er geroepen werd "all hands aan dek." En bovendien
konden zij de diepte bommen veel luider horen als die aan dek stonden. Een keer kwamen de stokers toch naar boven rennen want het geluid van de diepte bomen was zo erg dat ze dachten dat ook wij ook door een torpedo waren getroffen. Nee de "zwarte bende" had het niet gemakkelijk.

Op 31 Augustus,1940 kwamen we aan in Buenos Aires en kan je zien dat het een lange reis was.
Eerst gedeeltelijk geladen aldaar en toen verder naar Mar del Plata om daar de rest van de lading, zoals voorheen graan, te laden. Mar del Plata was een soort Riviera van Argentina en een hele mooie plaats. We werden daar ook ontvangen door verschillende Nederlanders die daar woonde en er was zelfs een boer met zijn familie die afkomstig was uit S'gravenzande. Woonde niet in Mar del Plata maar een heel eind daar vandaan maar het was voor ons leuk om een eind te rijden met de bus om hun een bezoek te brengen. Er was maar een probleem als je in die bus zat en dat was de lucht van knoflook. Dat vinden die Argentijnen toch zo lekker en het word gebruikt met bijna alles. Nou als je uit die bus kwam dan moest je eerst een poosje in de frisse lucht gaan staan om bij te komen.

We vertrokken uit Mar del Plata op 25 September 1940 met bestemming Freetown.We hadden natuurlijk zoals gewoonlijk een menagerie aan boord bestaande uit kippen, eenden, een stuk of vier kalkoenen in een hok op luik drie, en natuurlijk een paar varkens.
Het was een hele lange reis naar Freetown maar we moesten ons daar aansluiten bij een konvooi
wat bestemd was voor Engeland. Op die reis van Mar del Plata naar Freetown had ik ook een
verjaardag en was ik 16 jaar oud geworden. Hoera!

Terwijl we in Freetown waren had de kok en ik een kanarie gekocht en die gaven toch een concert
vooral als we ze zo plaatsen dat ze elkaar niet konden zien. Zo de kok had die van hem op luik drie
staan en ik op luik vier. De zelfde tijd dat wij die kanaries aan boord brachten had de kapitein een
boskat gekocht, of gekregen en dat was in begin wel aardig.

(dit is een foto van een jonge wilde Afrikaanse kat ter illustratie (Jos)

Of je moest het wel aardig vinden want het was tenslotte de kapitein zijn kat. Overdag lag dat beest meestal te slapen en s'avonds dan kreeg hij eerst een bak met melk, op de brug, van de kapitein voordat hij zijn nachtelijke speurtochten begon. Laat ik eerst vertellen dat het de gewoonte was s'avonds mijn wasgoed aan dek te hangen, had ik overdag geen tijd voor, en daar had ik een lijn voor gespannen op luik vier. Die rot kat ging daar s'nachts met zijn vuile poten overheen en kon ik op nieuw beginnen.Dat was nog het ergste niet want later werd uitgevonden dat die kat een bloedzuiger was. Kwam voor de dag toen een van de matrozen op de bak op uitkijk was en die kat aan z'n oor begon te likken. Was niet zo en in werkelijkheid was die was bezig bloed uit het oor te zuigen. Had die matroos niets van gevoeld en merkte hij dat pas toen hij beneden kwam in het vooronder.

Het was ook de gewoonte dat we s'avonds onze kanarie naar binnen brachten en dan wel in de hut. Dat ging een poosje goed maar op zekeren nacht had de kok zijn patrijspoort open laten staan en dat was het einde van zijn kanarie. De boskat was naar binnen gekropen en de volgende ochtend lag het beest met zijn pootjes in de lucht. Eerst wist men niet wat er precies gebeurd was maar toen ging men verder kijken en ontdekte een heel klein gaatje in zijn strot. Was gewoon leeg gezogen. Dan kwam er nog een grotere schok want hij had ook die nacht, ja hij had zeker de smaak te pakken, dat hok van de kalkoenen op luik drie weten te bereiken. Die hadden dezelfde beurt gehad als de kanarie van de kok. Klein gaatje in de strot en het was afgelopen.

Had nog vergeten te vertellen dat we uit Freetown vertrokken op 18 Oktober 1940 met bestemming Barry in Wales. En zover als ik mij kan herinneren is die reis zonder bijzonderheden verlopen. Tenminste ik kan niets voor me halen.

Nog even terug komen op die boskat en wat daar mee gebeurd is weten we niet. Maar op een op een middag stond de kapitein zoals gewoonlijk klaar op de brug met een bak melk voor die kat maar hij kwam niet opdagen. Nogmaals roepen, Kees, "hier Kees" enz. maar Kees kwam niet hoor. Zo zijn we er nooit achter gekomen of die overboord gevallen is of dat iemand hem een zetje heeft gegeven. In ieder geval ik kon nu rustig mijn wasgoed s'nachts buiten op luik vier hangen en mijn kanarie was ook buiten gevaar.

Van Barry vertrokken we naar Baltimore waar we aankwamen op 5 Januari 1941. Daar een lading staal geladen. Toen naar Portland, Maine waar het schip verder geladen werd met z.g. scrap iron. Vertrokken van Portland, Maine op 22 Januari en vandaar gingen we naar Halifax om op een konvooi te wachten. Kwamen aan in Halifax op 24 Januari en bleven daar maar een dag want het konvooi was klaar om te vertrekken de volgende dag.

We hadden deze keer niet te kampen met U-boten maar met slecht weer en het begon al direct nadat we Halifax verlaten hadden. Het duurde ook niet lang voordat het hele konvooi uiteen was en was en het was dus iedereen voor zichzelf. Windkracht negen of tien dus hoge zeeën en zodra dat water over de boeg kwam werd het meteen ijs. Ook waren de sloepen buitenboord gedraaid in geval we vlug het schip moesten verlaten . Zaten natuurlijk wel stevig vast en normaal, ook al was het slecht weer, had je daar geen zorgen over. Maar dit was geen gewoon slecht weer en de zeeën waren zo hoog dat ze zelfs ten hoogte kwamen van het sloependek. Op een gegeven moment kwam er weer zo'n zee en lichte als het ware die sloep zo uit de takels.Net of er iemand met een grote hand die boot had opgelicht en hem netjes had neergezet op de golven. We zagen die boot dus gewoon wegdrijven net als of we hem zelf te water hadden geladen. Dat was de sloep aan stuurboord, en een korte tijd later ging die sloep van bakboord de zelfde kant uit. Nu zaten we zonder sloepen en direct werd de terugreis naar Halifax aanvaard .Kwamen terug in Halifax geloof ik 28 Januari en hebben daar een lange tijd moeten wachten op twee sloepen want die had men zomaar niet klaar staan.

Toen we eenmaal ten anker lagen mochten we de wal op en dat was voor ons een hele afleiding.
Maar in 1941 had men in Halifax geen kroegen en kon je dus niet zeggen ik ga eens lekker een borrel kopen. Wat je in Halifax wel had was een z.g. liquor store en daar kon je dan een fles kopen. Maar...je mocht die fles niet openmaken voordat je thuis was, en in ons geval terug voordat je terug aan boord was. Dus niet opzuipen onderweg. Wat wij deden, ja ik ook hoor, we gingen naar een Chinees en bestelde daar thee en dan in die kopjes een flinke borrel. Nou als er iemand kwam om te controleren, dat deden ze ook, dan zaten wij met een kopje thee voor ons.

De sloepen waren eindelijk klaar maar voordat het zover was hadden we nog een aanvaring met het Griekse schip "Tilemachos" die van zijn anker gedreven was en ons even midscheeps te pakken
nam ten hoogte van de valreep. Gelukkig geen ernstige schade en de reis kon voortgezet worden.


Verbonden metArie Anne Zelle

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 147 148 149 150 151 152 153 154 155 ... 168» Volgende»     » Dia voorstelling





Deze site wordt aangemaakt door The Next Generation of Genealogy Sitebuilding v. 12.2, geschreven door Darrin Lythgoe © 2001-2024.

Gegevens onderhouden door Alex Spinder. | Data Beschermings Beleid.