Een (fragmentarische) biografie van Trijn Spinder (1894-1966). Het begint in elk geval spannend: met een ontvoering.

Trijntje Spinder
In 1912 had Trijn een dienstje bij een gegoede Leeuwarder familie. Ze bewoonden een groot pand op de Nieuwestad vlak bij de Kleine Kerkstraat. Als dienstmeisje was je in de goede oude tijd eigenlijk een lijfeigene. Van arbeidscontracten hadden ze niet gehoord en van morele scrupules al evenmin. Als dienstmeisje moest je afzien: je zat bij je werkgever in de tang. Zo goed als geen vrije tijd, een zolderkamertje zonder verwarming, en vaak kreeg je maar één of twee keer per jaar betaald. Dat geld zal bovendien wel naar vader en moeder thuis gegaan zijn.
Hoe Trijn Uttjen ontmoet heeft is niet doorgegeven maar kennelijk zag het stel elkaar zitten. Ze wilden trouwen, maar daar had de patroon van Trijn geen boodschap aan. Die ging er met alle arrogantie patroons eigen dwars voor liggen. Daar legden Trijn en Uttjen zich niet bij neer. Friezen nietwaar. Dus zette Uttjen op een goede avond een ladder tegen de achtergevel van Trijns werkhuis, hielp haar over de vensterbank en ging er met haar vandoor. Niet lang daarna zijn ze getrouwd: op 15 februari 1913. Dat is gebeurd in Achtkarspelen, ik neem dus aan dat pa en ma Spinder zich met de gang van zaken hebben verzoend. Sowieso was hun toestemming voor het huwelijk nodig.
Continue reading →